De Duitse psycholoog en terrorisme-expert Ahmad Mansour verspreidde na de aanslag in Berlijn op de Pride (26 juli 2026) een tweet: Es reicht ! VRTnws gaf enkel een korte versie. De hele tweet is de moeite waard. Ik parafraseer ‘m hieronder. Het origineel staat onderaan deze pagina.

Het moet gedaan zijn met de holle frasen, nietszeggende commentaren, het riedeltje dat na elke aanslag weer klinkt, waarbij iedereen er nauwkeurig op let, niets bij naam noemen. We moeten het juist benoemen. Dit is islamisme pur sang. Geen lone wolf die in het luchtledige is geradicaliseerd. Neen: Dit is een aanslag die eraan zat te komen, gepleegd door een man met een wereldbeeld, waarin iemand die ‘anders’ is een vijand is, waartegen je moet strijden, die je moet… doden. En de lijst van vijanden is lang: joden, christenen, liberale moslims, atheïsten, homo’s, queers — kortom, iedereen die het leven zomaar durft te vieren, in plaats van zich te onderwerpen aan het goddelijke gebod (i.c. van Allah, maar het kunnen ook andere lettercombinaties zijn die hetzelfde effect bewerkstelligen).
Vrijheid sterft niet aan terreur, maar aan het de sprakeloosheid die erop volgt.
Sinds 7 oktober 2023 neemt dit religieus geladen zwart-wit denken toe in kracht. Het conflict in het Midden-Oosten werkt als katalysator: het levert de emotie waarmee mensen gemanipuleerd worden — op straat, online en in moskeeën. En gemobiliseerd, gerekruteerd. Achter de daders zijn mannen en vrouwen (in het Duits: Hintermänner, Hinterweiber) aan de gang, die dit doden bewust en systematisch organiseren. Beschermd door onze verdraagzaamheid ronselen ze mensen die bereid zijn om tot doden over te gaan. Organized crime, een islamistische mafia.
En laten we ook helder zijn over de reden waarom het hier gebeurt, in West-Europa: Islamisten voelen zich bij ons namelijk als een vis in het water, niet omdat ze onze samenleving zo geweldig vinden —juist niet: ze verachten die —, maar omdat ze gebruik kunnen maken van de vrijheid die onze samenleving biedt om hun ideologie te verspreiden. Ze beroepen zich op de vrijheid van godsdienst om de samenleving (rechtsorde) die hun die vrijheid garandeert te vernietigen. Ook dat moet afgelopen wezen. Genoeg! Vanaf nu kan godsdienstvrijheid enkel nog worden ingeroepen door burgers (religieus of niet) om zich te beschermen tegen ideologische dwang, en niet meer, nooit meer, als schild waaronder men ongestoord gif kan verspreiden in naam van God.
Tenslotte, laten we wel wezen, is ook de Pride geen willekeurig doelwit. Het is het symbool bij uitstek van de samenleving die de islamist verafschuwt. Dat zo’n optocht kan plaatsvinden in de publieke ruimte, is het directe gevolg van de democratische rechtsorde die hier iedere burger garandeert dat hij óók anders mag zijn dan de norm, zelfs als het schuurt, en dat hij dat ook niet in het geniep hoeft te doen. En ook al vindt lang niet iedereen queers, dragqueens, geweldig, en ook al ergeren velen zich aan het exhibitionistische gedrag op menige praalwagen, — zolang de ander zich aan de regels van het spel houdt, heeft hij het recht om zo op straat op te gaan, en het leven te vieren zoals hij het beleeft. Zo werkt onze rechtsorde nu eenmaal, zo zijn onze manieren… “en al wie met ons mee wil gaan…”.
Jammer is nu —en ook dat moeten we benoemen— dat we in onze open samenleving ook van wegkijken een kunst hebben gemaakt: We contextualiseren, we relativeren, we brengen begrip op, zelfs voor intolerante islamieten. Echter: tolerantie kan enkel bestaan als ze het speelveld bewaakt. Daartoe hoort dat ze de vijand benoemt, en strategisch ontwapent. Doet ze dat niet, bevoordeelt ze enkel die vijand, en is ze tot ondergang gedoemd.
Vrijheid sterft niet aan terreur, maar aan het de sprakeloosheid die erop volgt.
Es reicht.

Es reicht mit den Floskeln. Es reicht mit den inhaltsleeren Kommentaren, die nach jeder Tat dasselbe Vokabular ausrollen und nichts benennen. Nennen wir es beim Namen: Es ist der Islamismus. Nicht „Radikalisierung” im luftleeren Raum, nicht „Gewalt” ohne Absender, nicht „ein verwirrter Einzeltäter”. Es ist eine Ideologie mit Namen, mit Feindliste und mit einem geschlossenen Weltbild, das das Töten heiligt. Diese Feindliste ist lang: Juden, Christen, liberale Muslime, Atheisten, Schwule, queere Menschen — jeder, der das Leben feiert, statt es einem Gebot zu unterwerfen.
Seit drei Jahren stecken wir mitten in einer Radikalisierungswelle, und der Nahostkonflikt wirkt als ihr Katalysator: Er liefert die Emotion, über die manipuliert, mobilisiert und rekrutiert wird, auf der Straße, online und in Moscheen. Deshalb dürfen nicht nur die Täter im Fokus stehen, sondern die Hintermänner und Hinterfrauen, die im Namen der Toleranz ungestört agieren und Menschen für den Tod gewinnen. Und wir müssen ehrlich sein, warum das gerade hier geschieht: Islamisten fühlen sich in Europa wohl, auch in Deutschland. Sie verachten unsere Ordnung und nutzen zugleich jede Freiheit, die sie ihnen bietet, um ihre Ideologie zu verbreiten. Sie berufen sich auf die Religionsfreiheit, um genau die Gesellschaft zu untergraben, die ihnen diese Freiheit garantiert. Das muss aufhören. Religionsfreiheit schützt den Glauben — sie ist kein Schutzschild für eine politische Ideologie, die ihr Gift im Namen Gottes verbreitet.
Es ist kein Zufall, dass der Terrorist in eine queere Feier rast. Der CSD ist kein beliebiges Ziel. Er ist das Symbol jener Ordnung, die der Islamist am meisten hasst. Diese Gesellschaft aber hat das Wegsehen zur Methode gemacht. Man kontextualisiert, man relativiert. Toleranz, die den Feind der Toleranz nicht benennt, schützt am Ende nur ihn. Die Freiheit stirbt nicht am Terror. Sie stirbt an unserer Sprachlosigkeit danach.




