Montaigne wist het al…

door | 14/11/2017

« … Tout cela c’est un signe très évident, que nous ne recevons notre religion qu’à notre façon et par nos mains, et non autrement que comme les autres religions se reçoivent. Nous nous sommes rencontrés au pays où elle était en usage, où nous regardons son ancienneté, l’autorité des hommes qui l’ont maintenue, où nous craignons les menaces qu’elle attache aux mécréants, où nous suivons ses promesses. Ces considérations-là doivent être employées à notre croyance, mais comme subsidiaires : ce sont liaisons humaines. Une autre religion, d’autres témoins, pareilles promesses et menaces, nous pourraient imprimer par même voie une croyance contraire. [B] Nous sommes chrétiens à même titre que nous sommes ou Perigourdins ou Allemands. »


Apologie de Raymond Sebond, 1580, Essays II,12,700 – onderlijning van mij [B = toevoeging van Montaigne in een latere editie, 1588], hier de tekst met wat meer context in het Nederlands.


[ENGLISH – Michael Screech]: All this is a clear sign that we accept our religion only as we would fashion it, only from our own hands – no differently from the way other religions gain acceptance. We happen to be born in a country where it is practised, or else we have regard for its age or for the authority of the men who have upheld it; perhaps we fear the threats which it attaches to the wicked or go along with its promises. Such considerations as these must be deployed in defence of our beliefs, but only as support-troops. Their bonds are human. Another region, other witnesses, similar promises or similar menaces, would, in the same way, stamp a contrary belief on us. [B] We are Christians by the same title that we are Périgordians or Germans.

[NEDERLANDS – Hans van Pinxteren]: Dit alles toont heel duidelijk aan dat wij het geloof op onze eigen manier in ons opnemen en het naar onze hand zetten, precies zoals dat bij andere godsdiensten gaat. Wij zijn geboren in een land waar dit nu eenmaal het geloof is; ofwel wij kijken hoe oud het al is of welke grote mannen ervoor opgekomen zijn, ofwel we zijn bang voor de straffen waarmee de ongelovigen worden bedreigd, ofwel wij jagen zijn beloften na. Zulke overwegingen behoren ons te sterken in onze overtuiging, maar mogen nooit op de eerste plaats komen: het zijn verbanden die de mens zelf legt. Een andere religie, andere voorvechters zouden ons met eendere beloften en dreigementen voor hetzelfde geld het tegengestelde kunnen laten geloven. [b] Wij zijn even vanzelfsprekend christen als we Gascogner of Duitser zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *