God installeert apartheid in Berchem

We zijn nu – 5 februari – halverwege: we hebben drie maal God in Berchem in actie gezien. Het voorlopige resultaat stemt mij niet hoopvol. De God die oud-Berchem z’n vorm gegeven heeft, zo bleek in de eerste aflevering, is quasi verdwenen uit de wijk. De laatsten der Mohikanen zijn er nog èn ze zijn dapper. Maar verder zijn er vooral versteende overblijfsels van die oude God, monumenten, letterlijk. Ze vertellen van een verleden, maar niet meer van een toekomst.  De nieuwe goden (De Pentecostal God uit Afrika en de aan Turkije gelieerde God van de islam) versterken de sociale segregatie. Ze installeren de apartheid en ze doen dat – ondanks zichzelf. Beide nieuwe goden willen universeel zijn en afficheren zich ls goden voor iedereen, maar in de realiteit zijn ze groepsgoden. Ze horen bij en spreken de taal van de groep die hen reeds aanbidt. Communicatie naar buiten toe lukt nauwelijks. Ergo de groepsidentiteit wordt nog versterkt. De etnische identiteit van de groep (Afrikaans en Turks) wordt door het geloof tegelijk een kenmerk van het ware. De enkele blanke participanten (in het geval van de Pinksterkerk) konden de indruk niet wegnemen: godsdienst zijn als hol en bol.

Bij de Turkse geloofsgemeenschap waren er zelfs geen uitzonderingen. Turk-zijn betekent aan Allah verbonden zijn. Beide staan of vallen met elkaar. Ons kent ons. Zo zijn onze manieren. En die moet jij ook leren, jonge Berchemse Vlaming van de vierde generatie (na de migratie). Op noodlottige wijze wordt zo de ontwikkeling van een eigen identiteit geblokkeerd, zowel als inwoner van Vlaanderen, als als moslim. Zolang de etnische en religieuze marker met elkaar samenvallen is er geen beginnen aan om hier iets eigens van te maken. Je bent Turks, dus ben je moslim. Je wilt je religieuze kant versterkten (moslim zijn), dan zul je tegelijk ook je Turkse identiteit affirmeren. Het verlangen naar integratie (deel uitmaken van de Vlaamse samenleving), dat in de aflevering ook een rode draad was, klinkt authentiek. Het krijgt door deze noodlottige identificatie van Turk-zijn en moslim-zijn wel een heel vreemde articulatie: Uit aller mond (jong, oud, leerkracht, leerling, fitnesstrainer en imam) klonk nu de oproep aan Vlaanderen om het Turks-zijn op te nemen in de definitie van wat Vlaams is. Men hoort niet wat men vraagt, omdat men het Turk-zijn beleefd als identiek aan moslim-zijn. En Vlaanderen heeft toch vrijheid van godsdienst. Nou dan ! Dat klopt, maar dan moet men wel eerst voor zichzelf de oefening willen doen om kerk (islam) en staat (Turkije) van elkaar los te maken.

Maar daarnaast heb ik inhoudelijk zo ook mijn bedenkingen bij die charismatische God uit Afrika kwam goed in beeld in aflevering twee. Hij lijkt zich vooral te manifesteren in hevige emoties. Op zich niets mis mee, maar ook niet ongevaarlijk. Emoties zijn krachtige zaken. Ze kunnen mensen in beweging zetten, zeker, maar dan is de richting toch wel belangrijk. Ze kunnen – en dat lijkt in die gemeenschappen toch vooral het punt te zijn – mensen in extase brengen, maar ook dat is dubbel: extase brengt mensen ‘buiten zichzelf’. Fijn, maar ook dan is de vraag: hoe keer je weer terug tot je gewone zelf, en hoe voel je je dan dáár, na de extase. Daar maak ik me toch wel zorgen over. Ik zag veel mensen die het niet gemakkelijk hadden. Ze tobden met zichzelf, met de wereld, voelden zich niet goed in hun vel, waren erg onzeker over keuzes. Vervolgens zag ik veel bezwering van het kwade plaatsvinden (satan is blijkbaar heel actief), maar nooit zag ik een nuchtere benoeming van reële problemen plaatsvinden, waar de mensen wat mee konden.  Neen, men claimde in the name of Jesus dat de duivel was overwonnen en men moedigde mensen aan om dat nog ijveriger te geloven. Dan zou het wel goed komen. Sorry, maar zo help je mensen van de wal in de sloot. Wat hier als religieuze openbaring wordt verkocht, openbaart niets, maar dekt psychische chaos toe. Het kwam op mij over als een soort electroshock-therapie op geestelijke terrein. Men plaatst de mens-die-zichzelf-een-probleem-is tussen de polen van Jezus en satan en zet er hoogspanning op middels gebed en handoplegging. En dan moet het gebeuren. Indien niet, opnieuw. Waar dat toe leidt als mensen echte problemen hebben, ik huiver als ik daaraan denk.

Alles wat u over religie wilde weten, maar nog nooit hebt durven vragen….

Afgelopen jaren heb ik diverse malen over religie geschreven, en vooral over: hoe we daarmee zouden moeten omgaan in de context van de ‘Open Society’ (Popper). Niet simpel, en precies op dat punt worden m.i. vandaag grote fouten gemaakt, met name omdat men zo weinig nadenkt over wat religie nu eigenlijk is, en hoe het werkt (sociaal-psychologisch). Religie heeft een sterke impact op de persoonlijke en de groeps-identiteit, en daarom hebben fouten in de aanpak (persoonlijk, sociaal, juridisch) grote gevolgen voor de samenleving. Mijn idee was dat het een boek zou worden, maar de probeersels (essays) lieten zich niet ‘samen vatten’ in een verkoopbare vorm. Ik heb ze dus na een lichte bewerking online gezet, met een navigatiemenu erbij. Geen toeters en bellen. Vier hoofdstukken en een nabeschouwing. That’s it. [aldaar ook te downloaden als epub]

Deel 1: Religie, een genealogisch onderzoek

Deel 2: De identiteitscrisis van de christelijke religie

Deel 3: Vrijheid en godsdienst, een haat-liefde verhouding

Deel 4: Het imperialisme van de religieuze identiteitsmarker

Naast hoofdstuk 4 zal ook hoofdstuk 3 de bezoekers van deze weblog wellicht interesseren: een speurtocht naar de geboorte van de mensenrechten en de met name de manier waarop in de Bill of Rights (First Amendment) de godsdienstvrijheid wordt geproclameerd. Dat is namelijk anders dan je zou verwachten. Godsdienstvrijheid is daar nadrukkelijk geformuleerd als twee dingen tegelijk: free exercise en non-establishment. Dat laatste betekent een totaal verbod op overheidsbemoeienis met religieuze zaken. Eind 18de eeuw betekende dat heel concreet: dis-establishment. De officiële kerk moest haar voorrechten opgeven. Voortaan zou er geen enkele financiële of juridische steun meer zijn van overheidswege voor welke vorm van religious establishment dan ook. Dat was namelijk precies wat men in de Nieuwe Wereld spuugzat was. Dat de overheid zich voor het karretje liet spannen van een ‘established Church’, dan wel dat de overheid een religieus instituut gebruikte om andere burgers in het gareel te houden. Iedereen – zo vonden streng-gelovigen, deïsten en atheïsten samen- moest vrij zijn om zijn/haar religieuze impuls te volgen, vorm te geven. Zeker: maar geen enkele van deze vormen zou moeten rekenen op een duwtje in de rug van de overheid: Hands-off!

Multiple establishment (het Belgische systeem) is in de aanloop naar die formulering beproefd, maar werd door de burgers van de nieuwe staat als intrinsiek discriminatoir ervaren. Om meerdere ‘kerken’ (want daar ging het toen over, zo zie je al meteen hoe beperkt de blik van een mens is) tegelijk te steunen, zouden er criteria nodig zijn om te zeggen ‘wat wel en wat niet een kerk’ was. En elke vorm van definitie – zo realiseerde men zich al snel – was een inhoudelijk theologisch oordeel. Let wel: u bent in een overwegend protestants land, waar de ‘free Church’ floreerde en de organisatievorm zeer fluïde was en men heel wantrouwig keek naar ‘religieuze leiders’ die het wel eens zouden komen uitleggen. In dit geval: ‘is’ implies ‘ought’, en daar moest de overheid zich verre van houden. Anders werd het gegarandeerd weer hommeles. Enfin: lees het zelf maar en nog veel meer in mijn grote online voorleesboek over religie.

 

 

Montaigne wist het al…

Tout cela c’est un signe tres-evident que nous ne recevons nostre religion qu’à nostre façon et par nos mainset non autrement que comme les autres religions se reçoivent. Nous nous sommes rencontrez au pays, ou elle estoit en usage, où nous regardons son ancienneté, ou l’authorité des hommes qui l’ont maintenuë, où craignons les menaces qu’elle attache aux mescreans, où suyvons ses promesses. Ces considerations là doivent estre employées à nostre creance, mais comme subsidiaires : ce sont liaisons humaines. Une autre region, d’autres tesmoings, pareilles promesses et menasses, nous pourroyent imprimer par mesme voye une creance contraire. [B] Nous sommes Chrestiens à mesme tiltre que nous sommes ou Perigordins ou Alemans.

Apologie de Raymond Sebond, 1580, Essays II,12 – onderlijning van mij [B = toevoeging van Montaigne in een latere editie, 1595], hier de tekst met context.

[ENGLISH – Michael Screech]: All this is a clear sign that we accept our religion only as we would fashion it, only from our own hands – no differently from the way other religions gain acceptance. We happen to be born in a country where it is practised, or else we have regard for its age or for the authority of the men who have upheld it; perhaps we fear the threats which it attaches to the wicked or go along with its promises. Such considerations as these must be deployed in defence of our beliefs, but only as support-troops. Their bonds are human. Another region, other witnesses, similar promises or similar menaces, would, in the same way, stamp a contrary belief on us. [B] We are Christians by the same title that we are Périgordians or Germans.

[NEDERLANDS – Hans van Pinxteren]: Dit alles toont heel duidelijk aan dat wij het geloof op onze eigen manier in ons opnemen en het naar onze hand zetten, precies zoals dat bij andere godsdiensten gaat. Wij zijn geboren in een land waar dit nu eenmaal het geloof is; ofwel wij kijken hoe oud het al is of welke grote mannen ervoor opgekomen zijn, ofwel we zijn bang voor de straffen waarmee de ongelovigen worden bedreigd, ofwel wij jagen zijn beloften na. Zulke overwegingen behoren ons te sterken in onze overtuiging, maar mogen nooit op de eerste plaats komen: het zijn verbanden die de mens zelf legt. Een andere religie, andere voorvechters zouden ons met eendere beloften en dreigementen voor hetzelfde geld het tegengestelde kunnen laten geloven. [b] Wij zijn even vanzelfsprekend christen als we Gascogner of Duitser zijn.

Wil de ware islam nu opstaan..?

“Ik zoek een ijkpunt om te weten wat nu wel en niet islam mag heten”, zei Jan Leyers aan het eind van het gesprek, gisteravond (nine-eleven, 2017) op canvas. En daarmee legt hij de aporie bloot die al die discussies over de plaats van religie in de samenleving zo vermoeiend maakt. Dat ijkpunt is er namelijk niet, terwijl elke willekeurige groep mensen het recht heeft om het te claimen. Iedereen mag dus zeggen dat hij/zij ‘de ware islam’ verkondigt, en de anderen afschrijven als halflings, ketters, afvalligen, fundamentalisten, libertijnen, bedriegers, ongelovigen etc., en vice versa en tot in eeuwigheid, amen. Zolang deze aporie niet wordt gethematiseerd zal religie een ‘unruly thing’ blijven en zal het geweld dat inherent is aan zulke taal ook reële vormen blijven aannemen.

KORTE Toelichting: Religies zijn en blijven menselijke constructies , waarin door mensen gezag wordt toegekend aan bepaalde teksten, ervaringen en tradities. Binnen elke religie is er intern discussie over a. welke teksten, ervaringen en tradities in aanmerking komen en welke niet (of in welke rangorde) en b. hoe die teksten, ervaringen en tradities precies geïnterpreteerd moeten worden. Niemand kan uit deze hermeneutische cirkel stappen en degene die suggereert dat hij dat wel kan, houdt zichzelf voor de gek, of hij zich nu onderzoeker, wetenschapper, ayatollah of paus noemt.

LANGE toelichting (geschreven in de nasleep van Charlie Hebdo, jan. 2015 (toen religieuze leiders over elkaar heenvielen om te verklaren dat de jihadi’s ‘geen echte moslims’ waren), maar nog steeds relevant volgens mij)

DE islam, HET christendom, wie bepaalt eigenlijk wat dat is? En: is er een criterium om ‘echte islam’ van ‘valse islam’ te onderscheiden ? Iedereen schijnt daar zomaar van uit te gaan als je de reacties op de terreur in Parijs leest. Men veronderstelt blijkbaar dat ‘de islam’ ergens gedefinieerd is, of zou kunnen worden en vervolgens onderscheiden van de visie die jihadisten c.s. daarop hebben. Het probleem is echter dat niemand, maar dan ook echt niemand, in de positie is om dat te doen. Niemand kan zeggen wat wel ‘islam’ is en wat niet. En voor u denkt dat de islam weer eens geviseerd wordt, u mag in plaats van ‘islam’ ook lezen: ‘christendom’ ‘wicca’, ‘vrijzinnig humanisme’ etc. Het antwoord in al deze gevallen is namelijk hetzelfde. Geen enkele persoon of groep (ook niet de nominaal grootste) kan die definitie geven, hoewel bijna elke groep zèlf wel meent dat zij in die positie is. De paus claimt bijv. dat hij kan zeggen wat ‘het christendom’ is, maar ik ben het al niet met hem eens. Ik ben namelijk een christen van de protestantse familietak en de paus komt in mijn versie van het christendom enkel aan de rand voor (en daar nog eerder negatief dan positief). En Jezus kan het zelf niet meer uitleggen, gesteld al dat hij een godsdienst had willen stichten (wat ik overigens niet denk, maar dit terzijde).

Levensbeschouwingen (of ze nu godsdienstig zijn of niet) zijn constructies, waarin door mensen gezag wordt toegekend aan bepaalde teksten, ervaringen en tradities.

Het lijkt me niet onnuttig in het huidige debat over de plaats van godsdienst in onze samenleving ons hiervan rekenschap te geven. Anders blijven we langs de werkelijkheid heenpraten en krijgen we de vinger niet op de wonde. En dat is toch nodig wil er heling kunnen plaatsvinden. Levensbeschouwingen (of ze nu godsdienstig zijn of niet) zijn constructies, waarin door mensen gezag wordt toegekend aan bepaalde teksten, ervaringen en tradities. Binnen elke levensbeschouwing is er intern discussie over a. welke teksten, ervaringen en tradities in aanmerking komen en welke niet (of in welke rangorde) en b. hoe die teksten, ervaringen en tradities precies geïnterpreteerd moeten worden. Niemand kan uit deze hermeneutische cirkel stappen. Iedereen zal van mening zijn dat hij zelf de beste, de meest juiste, de zuiverste opvatting heeft, maar daarmee is dat nog niet zo. Luther en de paus raakten in deze valkuil verstrikt in de 16e eeuw betreffende de definitie van het christendom, zij verketterden elkaar over en weer, en even later was het oorlog. Je kunt ook niemand het recht ontzeggen te claimen dat hij of zij deze of gene godsdienst aanhangt. Je kunt enkel ernaar streven om het gesprek daarover op een zinvolle manier te organiseren, zoals we binnen het christendom door schade en schande hebben geleerd. Voorwaarde is echter dat alle deelnemers aan het gesprek het uitgangspunt accepteren (nl. dat hij ‘god niet in z’n broekzak heeft’): God mag dan wel eeuwig zijn of absoluut, onze interpretatie van wie Hij (of Zij of..) is, staat principieel open voor discussie.

Naar vandaag toe. Degene die suggereert dat hij of zij met beroep op de ‘echte islam’ helderheid kan scheppen op het terrein van de vele opvattingen die over de islam de ronde doen, houdt zichzelf voor de gek, of hij zich nu onderzoeker, wetenschapper, ayatollah, imam, Ahmed of Charlie noemt.

Het lijkt me dan veel zinvoller om er voortaan op te letten als we over godsdiensten of levensbeschouwingen spreken, dat we een verduidelijking toevoegen, in de zin van:  volgens mijn interpretatie van het christendom…, of zoals wij hier te lande de islam beleven… etc. Dan benader je levensbeschouwingen niet als quasi onveranderlijke instituten, maar als menselijke fenomenen (die al dan niet geïnstitutionaliseerd zijn met het oog op bepaalde functies). De aanpak van de manier waarop godsdienstige overtuigingen hun plaats dan kunnen krijgen in de maatschappij, kan vervolgens gediversifieerd worden en het debat erover zal aan nuance winnen.

15 januari 2015, Dick Wursten

P.S. Praktisch Syllogisme. Hebt u geen zin in thorastudie, evangelie-onderzoek of koranles, dan is hier een shortcut voor een realistische inschatting van de mensvisie van diverse godsdienstige groeperingen: Kijk naar het gedrag van degenen die in onze tijd te kennen geven dat zij tot een bepaalde godsdienst horen. Daar wordt dan eenvoudig zichtbaar of men erin geslaagd is de geweldsteksten onschadelijk te maken: Aan de vruchten kent men de boom !