Spotprenten en cartoons

Spotprenten zijn altijd populair geweest in de communicatie over levensbeschouwelijke issues. Ze raken namelijk het gevoel en – ookal geloven theologen dat niet – ook religie is eerst een kwestie van gevoel, dan pas van opvattingen. Het belangrijkste gevoel: loyaliteit aan de groep, trouw aan de god. Daarom doen spotprenten pijn. Hieronder twee uit de beginjaren van de Reformatie.

Eén uit de directe omgeving van Luther (Lucas Cranach, de ondernemer-drukker-graveur-schilder van Wittenberg), de ander uit de groep van Luthers’ tegenstanders. De eerstgenoemde borduurt voort op een anti-pauselijke prent over een ‘gedrocht’ dat ooit zou zijn aangespoeld in Rome, vlakbij de Engelenburcht. Een vrouw met een ezelskop en allerlei dierlijke extremiteiten. Pure fantasie natuurlijk, maar fake news floreert als er groepsidentiteiten moeten worden bevestigd/beklad. De Luthersen zagen hierin een teken van God, en de ezel kreeg de naam ‘Bapstesel’: paus-ezel. Men zag er een allegorie in van de roomse kerk. Dat het hoofd van die kerk een ezelskop is kwam goed uit…

De tweede is een afbeelding van Luther, die – volgens de rome-getrouwe gelovigen – natuurlijk niet iemand kan zijn die ‘vragen stelt’ die misschien wel ergens op slaan. Natuurlijk niet, dan zou je moeten gaan nadenken over de status quo en dat leidt alleen maar tot revolutie. Neen, die Luther is een instrument in de handen van de duivel: Luthers kop (nog als monnik, met tonsuur) is een doedelzak die de duivel gebruikt om de mensen naar ‘zijn pijpen te laten dansen’.

 

 

Salafisten in Genk en Antwerpen

Voltaire is er nog duizelig van, zovaak moest hij zich vandaag in zijn graf omdraaien. Al die ‘verlichte’ democraten die plots moord en brand riepen omdat er een cursus wordt georganiseerd door een enge culturele vereniging van islamitische strekking. Daar werden onwelgevallige meningen verkondigd over alcohol, werd de omgang met ongelovigen afgeraden (‘zonde’) , en werd de hele muziekscene aan de duivel toegewezen. Ja, die meningen bestaan – en ze hebben nog nooit zoveel gratis zendtijd gekregen als nu.

Dus nog één keer: “I disapprove of what you say, but I will defend to the death your right to say it.” (uit een boek over Voltaire uit 1906).

Als men onder valse voorwendsels een zaal heeft gehuurd, dan is dat een andere zaak, maar ook hier is het misschien niet zo simpel als men het voorstelt. Een cursus over islam vanuit binnenperspectief is geen ‘religieuze activiteit’, sorry. Je moet die dingen wel uit elkaar houden. Wie alles mixt, maakt er een potje van: soep.

Dus: Dat we het niet eens zijn met iemand is geen reden om hem het zwijgen op te willen leggen. Integendeel. Met die persoon wil je van gedachten wisselen tot je hem overtuigd hebt van jouw gelijk (of andersom, hoewel dat bijna nooit voorkomt. Vreemd eigenlijk). Dat is ‘burgerzin’. Zo werkt de open samenleving. Iedereen mag mij uitnodigen voor een gesprek of een debat over eender wat. Als ik meen dat ik er iets over te zeggen heb, dan kom ik. Vraagt men verantwoording, ik geef die. Dat we ons zorgen maken over de consequenties van de zuiverheidsideologie van het salafisme (met haar ‘contaminatievrees’, je wordt besmet door de omgang met ongelovigen) is terecht. Daardoor wordt inderdaad het samen-leven zelf bedreigd. Maar ook dat betekent nog niet dat we de mensen het recht mogen ontzeggen om die mening te hebben en te uiten.

Te hebben: Het recht op het hebben van een afwijkende en onwelgevallige mening is sinds 1648 (vrede van Munster) verworven in onze contreien, tot grote ergernis overigens van de toen dominante ideologie, genaamd de rooms-katholieke religie. Het heeft de achterhoedegevechten van de godsdienstoorlogen beëindigd en veel repressie voorkomen. Het recht om die mening te uiten, zo luid als men wil, en ongecensureerd, komt elke burger van dit land toe, al sinds België bestaat (1831, Belgische Grondwet, o.a. artikel 19 en 25).

Dus waar hebben we het over? Over het feit dat religie een booming business is, en dat op deze markt – die vrij is, want religies zijn ook maar culturele constructies – zich dus allerlei figuren kunnen begeven die eender wat mogen verkondigen, ook een ex-rapper die tot inkeer is gekomen en vervolgens alle muziek afwijst. Je kan dat betreuren, maar strafbaar is het niet. Als ze aanzetten tot haat, of IS verheerlijken, dan is het gedaan. Die grens mag niet overschreden worden, naar geen van beide kanten.

 

10 stellingen over vrijheid en godsdienst

Let freedom reign…

klik hier voor een langere versie

  1. Religies zich laten ontplooien met een beroep op ‘de vrijheid van godsdienst’ zonder te eisen dat ze de achterliggende fundamentele waarden onderschrijven, is maatschappelijk onverantwoord.
  2. We agree to disagree’ – hoewel af en toe nodig als smeerolie in de machinerie van het samenleven – is een formule die ernstig tekortschiet als het op de organisatie van de samenleving aankomt.
  3. Enkel bij een dode religie ligt alles voor eeuwig vast. Levende religieus veranderen constant.
  4. Met een beroep op ‘goddelijke openbaring’ inzichten uit natuur- mens- en geesteswetenschappen afwijzen, is schadelijk voor de geestelijke gezondheid van de mens.
  5. Religieuze vrijheidsrechten zijn mensen-rechten, geen privileges voor religieuze instituten.
  6. Vrijheid van godsdienst mag je enkel claimen als je vrijheid van godsdienst ook anderen gunt, te beginnen met de eigen ‘afvalligen’.
  7. Zonder het besef van de radicale historiciteit van elke religie (ook de eigen) is een consensus over de aanwezigheid van religie in de publieke ruimte gedoemd te mislukken.
  8. Wie de machtsongelijkheid binnen een georganiseerde religie weglaat uit het dispuut over de vrijheid van godsdienst, laat de facto diegenen die het minst of niets te zeggen hebben binnen die religie, in de steek.
  9. Van het ontstaan van parallelle werelden (gegrond in een wij-zij denken dat veel vormen van religie kenmerkt) worden vooral kinderen de dupe.
  10. De lakmoesproef voor het democratisch gehalte van een levensbeschouwelijke organisatie, bestaat hierin dat zij van harte accepteert dat haar leden géén voorkeursbehandeling krijgen in een levensbeschouwelijk neutrale rechtsstaat.

Alles kan religie worden, maar religie is niet alles.

lange versie

  1. Wie in onze rechtsstaat ruimte geeft aan levensstijlen die gebaseerd zijn op de religieuze, filosofische of ideologische opvattingen die de fundamentele waarden van de democratische rechtsstaat niet erkennen, verzwakt de waarden van de democratische rechtsstaat. Daarmee wordt namelijk gezegd dat die waarden niet fundamenteel zijn, maar inwisselbaar.
  2. We agree to disagree’ – hoewel af en toe nodig als smeerolie in de machinerie van het samenleven – is een formule die ernstig tekortschiet als het op de organisatie van de samenleving aankomt. Wanneer diepgevoelde opvattingen over het leven met elkaar botsen, kan men niet volstaan met die enkel naast elkaar te zetten en dan uiteen te gaan. Zij moeten, eens gesignaleerd, leiden tot een fundamenteel gesprek waarin juist het verschil wordt gethematiseerd en geanalyseerd. Pas dan kan er gezocht worden naar wat mensen verbindt en waarop je dus een samenleving kan bouwen. Laat men dit na dan wordt door zulk soort ontmoetingen het gevoel van vervreemding tussen groepen mensen eerder versterkt, dan dat men tot elkaar komt.
  3. Enkel bij een dode religie ligt alles voor eeuwig vast. Vanuit menswetenschappelijk perspectief bezien, zijn de grote religies complexe cumulatieve culturele tradities, waarbinnen mensen van generatie op generatie betekenissen doorgeven middels verhalen, rituelen, zeden en gewoontes. In dit proces vindt elke religie zichzelf voortdurend opnieuw uit, ook die religies die van zichzelf zeggen dat ze onveranderlijk zijn.
  4. De kerk doet er goed aan haar mensvisie en wereldbeeld constant in gesprek te brengen met en te laten voeden door ontwikkelingen in natuur- mens- en geesteswetenschappen.
  5. Religieuze vrijheidsrechten zijn mensen-rechten, geen privileges voor religieuze instituten. Godsdienstvrijheid dienst in eerste instantie om de ‘burger’ te vrijwaren van ongewenste religieuze dwang vanwege religieuze instellingen. Dit houdt dus ook in het recht om zich aan een religie te onttrekken (een pijnpunt van veel georganiseerde religie)
  6. Vrijheid van godsdienst kan enkel geclaimd worden op voorwaarde dat de claimer zelf diezelfde vrijheid ook aan anderen gunt. En niet zozeer aan andere ‘religies’ (dat zal wel lukken, men is bondgenoot), maar vooral aan de eigen mensen, bijv. om ‘afvallig’ te zijn. De mensenrechten stellen ook uitdrukkelijk; Het recht op vrijheid van godsdienst ‘omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen’.
  7. Toekomstgericht levensbeschouwelijk onderwijs kan niet volstaan met het binnenperspectief. Zonder het besef van de radicale historiciteit van elke religie (ook de eigen) kunnen aanhangers van een religie de culturele aspecten van gebruiken niet onderkennen en is een gesprek over de manier waarop, of de mate waarin, een element uit de eigen culturele traditie essentieel is voor de actuele beleving van de religie, niet mogelijk.
  8. Wie de machtsongelijkheid binnen een georganiseerde religie weglaat uit het dispuut over de vrijheid van godsdienst, laat de facto diegenen die het minst of niets te zeggen hebben binnen die religie, in de steek. De vrijheid van vrouwen, homo’s en ‘apostaten’ om zelf hun leven vorm te geven is de kanarie in de koolmijn van de Open Samenleving als het gaat om de vrijheid van godsdienst.
  9. Van het ontstaan van parallelle werelden worden vooral kinderen de dupe. Zij worden opgevoed in een ‘wij-zij’ (ingroup-outgroup, meer of minder exclusief samenvallend van ‘de goeden’-‘de slechten; of op z’n minst niet ‘de onzen’)
  10. De lakmoesproef voor de integratie van een levensbeschouwelijke organisatie in een levensbeschouwelijk neutrale rechtsstaat bestaat hierin dat die organisatie (het ‘religieuze instituut’) van harte accepteert dat haar leden géén voorkeursbehandeling krijgen.

Alles kan religie worden, maar religie is niet alles.

Hervormingsdag 2017, Dick Wursten.

Vlak voor Luther werd geëxcommuniceerd publiceerde hij een prachtige ode aan de vrijheid*, die hij opdroeg aan… de paus. Als tribuut aan deze man, die overigens absoluut geen heilige was, heb ik enkele gedachten over vrijheid en godsdienst in de vorm van stellingen gegoten, geen 95 zoals hij, maar slechts 10 (plus eentje om het af te leren). Gewoon om eens even over na te denken. Meer lezen over Luther en de vrijheid kunt u op mijn lutherwebsite, bijv. op deze pagina.

  •  Von der Freiheit eines Christenmenschen (1520, de Latijnse versie, De Libertate Christiana, droeg Luther op aan paus Leo X met een prachtig voorwoord).